Historiek

Aan het ontstaan van La Péniche is een hele historie verbonden. De familie Van den Bergh wilde in 1933 een horecazaak beginnen, maar beschikte niet over de nodige financiële middelen. Kunstschilder Buyle, die voor zichzelf en zijn gezin een woning had laten bouwen aan het Rodenbachplein in de wijk Duinpark, had wel genoeg kapitaal. Dhr.Buyle en dhr. Van den Bergh kwamen tot een akkoord. Buyle tekende de plannen voor een hotel. Van den Bergh werd huurder. Het boothotel bleek erg in trek, vooral bij Franse toeristen. Er zat echter een addertje onder het gras. Buyle wilde Van den Bergh na drie jaar buiten. Hij was van plan de goed draaiende zaak zelf over te nemen samen met zijn schoonbroer dhr. Simon die een snackbar had in Parijs. Van den Bergh kreeg dit nieuws te horen een jaar voor hij La Péniche moest verlaten. Hij liet het hier niet bij. Drie jaar later kwam er een ontwerp van een tweede boothotel 'Normandie' op 200m van La Péniche.

In de jaren 1930 kwamen de rijke klanten vanuit Frankrijk, vandaar dat beide boten met hun aantrekkelijkste zijde richting Frankrijk staan. In die tijd bezaten de Fransen ongeveer driekwart van de duinenvilla's. De rest was in handen van Brusselse en Waalse eigenaars. Vandaar de franstaligheid van de streek. Na de crisis van de jaren 1930 waren het voor beide hotels zeer slechte tijden. De leningen konden niet afbetaald worden. Dhr. Simon heeft mijn vader nog verteld dat hij pas in 1962 zijn investering afbetaald had. Hun levensomstandigheden en deze van de meeste zelfstandigen aan de kust waren armtierig. Veel van hen sliepen in de zomer in de kelder om hun woonst of kamer te kunnen verhuren. Dhr. en mevr. Simon hadden, afgezien van hun slaapkamer, geen enkel privé-vertrek. In de winter woonden zij met hun tweetjes in de grote eetzaal. De centrale verwarming was afgesloten. Een kleine koolkachel moest wat soelaas brengen en koken deden ze in de grote keuken.

In 1964 hebben Luc en Yvonne Mestdagh-Wellens (mijn ouders) de Péniche gekocht van dhr. en mevr. Simon. Mijn papa, Luc Mestdagh, was oud-leerling van de Koksijdse hotelschool 'Ter Duinen'. De beginperiode was zeer zwaar; de Péniche was uitgeleefd en als prille twintigers hadden ze niet de middelen om grote investeringen te doen. Ik hoor mijn mama nog altijd vertellen dat vooraleer ze een koffie kon serveren ze eerst een reeks tassen en ondertassen moest sorteren om een stel te vinden zonder barsten of afgebroken stukken. Bovendien liep het zomerseizoen slechts van 11 juli tot 18 augustus. Voor de rest was er enkel in het weekend wat bezetting.

Eind de jaren 1960 werden er veel villa's door Duitsers gebouwd, gekocht of gehuurd. De welvaart nam toe, de Vlamingen verdienden goed en vonden de weg naar de kust en men begon er veel meer Vlaams te praten.

Mijn ouders hebben drie kinderen (°1965 - °1966 - °1970). De jongste, Hilde Mestdagh, studeerde aan hotelschool 'De Spijker' in Hoogstraten. Daarna vervolmaakte zij zich bij verschillende gerenomeerde 'patissiers' in Brussel en Knokke. Mijn jongere broer, Johan Mestdagh, studeerde aan het UFSIA en is licenciaat TEW en handelsingenieur. Hij geeft nu les in economie en wiskunde en schrijft economische studieboeken. Ikzelf heb A1 hotelmanagement gestudeerd aan het Coovi in Anderlecht.

Van 1971 tot 1979 combineerde mijn papa de uitbating van het hotel met een job als praktijkleerkracht in de hotelschool 'Ter Duinen'. Het hotel werd van 1971 tot 1992 in de winter aan de hotelschool verhuurd. Elk jaar volgden een 15-tal leerlingen er een vervolmakingsjaar in hotelmanagement. De Péniche was van maandag tot vrijdag hun verblijf waar ze les volgden, aten, sliepen en veel plezier maakten.

In 1978 was er een crisis en ons hotel leed eronder. Papa ging op zoek naar nieuwe inkomsten. Omdat de klanten dol waren op de soufflé de Grand Marnier en de garnaalkroketten die mijn papa in het hotel maakte, besloot hij om op zeer kleine schaal, roomijs en kroketten te produceren voor de plaatselijke horeca. Er werd een werkplaats, met een groot terras erop, aangebouwd. Vóór de aanbouw van het terras, had de Péniche het moeilijk om nieuwe klanten binnen te krijgen. De trappen verhinderden het zicht binnenin. Door de aantrekkelijkheid van  dit mooie terras met tearoom kwamen nieuwe klanten over de vloer. Het 'ijs was gebroken' en 'het schip nam een goede koers'.

Rond 1990 ben ik in La Péniche komen werken. Die periode hebben we grote verbouwingswerken gedaan.Elke kamer kreeg een eigen badkamer. De zomer was natuurlijk nog altijd het topseizoen maar de weekends in het voor-en najaar zaten nu ook in de lift. Sedert 28/01/1994 zijn de Normandie en de Péniche beschermde monumenten. In 1995 trouwde ik met Kris Cailliau en ging in zijn Buroshop in Veurne werken. Mijn ouders hebben de Péniche verder uitgebaat tot ze het in 2002 hebben overgelaten aan dhr. en mevr. Chanteloup-Haecke. Het atelier van de CVA Mestdagh, waar mijn vader zich culinair en creatief kon uitleven lag hem beter dan het hotel. Algauw werd het atelier onder de Péniche te klein en in 2004 verhuisde Mestdagh Artisan naar een nieuw fabrieksgebouw in Veurne. (www.mestdagh-artisan.be)

Ondertussen hadden mijn ouders al hun bezittingen geschonken aan de kinderen en zo kwam de Péniche onder mijn hoede. Andere kandidaten om de Péniche uit te baten werden er niet gevonden en dus besloot ik, op aanraden van mijn man, om het hotel om te bouwen tot een vakantiehuis. Na een groot jaar van onzekerheid kregen wij uiteindelijk in juli 2010 de toestemming van de gemeente Koksijde om een bestemmingswijziging van horeca naar vakantiewoning door te voeren. Sedert februari 2013 zijn we een vergund vakantiehuis.

Hopelijk kan de Péniche onder deze bestemming nog lang de juiste koers varen!

 

Historiek